AL amyloïdose

De behandeling van AL amyloïdose bestaat uit chemotherapie, soms gevolgd door stamceltransplantatie. In de toekomst komen daar mogelijk monoklonale antistoffen bij, maar deze middelen worden nu nog getest. Monoklonale antistoffen zouden het lichaam kunnen helpen amyloïdafzettingen sneller af te breken. 
 
AL amyloïdose tast veel organen aan en heeft daarom grote impact op uw lichaam. Wordt u niet behandeld, dan is de verwachte levensduur kort, voor patiënten met een ernstig verminderde hartfunctie soms zelfs maar 6 maanden. Let wel: dit is een gemiddelde. De levensduur verschilt sterk omdat elke patiënt zijn eigen ziekteproces heeft.
Chemotherapie
Chemotherapie kan de plasmacellen die de afwijkende eiwitten produceren, doodmaken. U krijgt daarvoor meestal medicijnen die ook worden gebruikt bij de behandeling van multipel myeloom, een vorm van beenmergkanker. Vroeger waren dat vooral melfalan (Alkeran) en cyclofosfamide (Endoxan); tegenwoordig kunnen het ook bortezomib (Velcade) of lenalidomide (Revlimid) zijn. Vaak krijgt u er dexamethason bij, een corticosteroïd dat het effect van de andere medicijnen versterkt. Maar: op dit moment is geen enkel chemotherapiemedicijn geregistreerd voor de behandeling van AL amyloïdose. Dat maakt dat het moeilijk kan zijn de medicijnen vergoed te krijgen. Alleen geneesmiddelenstudies kunnen daar verandering in brengen.
 
Bijwerkingen
 
Chemotherapie kan bijwerkingen geven zoals misselijkheid, braken, haaruitval, infectie en extreme vermoeidheid. U kunt medicijnen krijgen om de chemotherapie zo draaglijk mogelijk te maken.
Stamceltransplantatie
De chemotherapie kan aangevuld worden met een stamceltransplantatie. De zieke cellen in uw beenmerg worden dan vernietigd door zeer zware chemotherapie en vervangen door gezonde, goedwerkende stamcellen die eerder bij u zijn afgenomen. De combinatie van chemotherapie en stamceltransplantatie geeft vaak goede resultaten en kan soms zorgen voor genezing. Maar het is ook een zware behandeling, die veel patiënten niet aankunnen. Vooral voor mensen met hartproblemen is stamceltransplantatie te zwaar. Aanbevolen wordt om de behandeling altijd plaats te laten vinden in een ziekenhuis met ervaring in de behandeling van amyloïdose.
Monoklonale antistoffen
Begin 2016 begint klinisch onderzoek naar het gebruik van monoklonale antistoffen bij de behandeling van AL amyloïdose. Monoklonale antistoffen bootsen de antistoffen na die ons immuunsysteem van nature aanmaakt om ons te beschermen tegen ziektes. Ze moeten in het lichaam op zoek gaan naar de verkeerd gevouwen eiwitten en zich daaraan binden om ze te ontregelen en verwijderen. In de komende jaren kan dit veelbelovende geneesmiddel misschien wel een nieuw, nu nog ontbrekend stukje van de behandelingspuzzel vormen om het herstel van uw organen en uw algehele gezondheid te bevorderen.