Testen op amyloïdose

Uw artsen kunnen met een test achterhalen of u aan amyloïdose lijdt. Dat gebeurt met een biopsie (een weefselmonster) dat genomen wordt van het orgaan dat aangedaan is of uit het buikvet. Elke biopsie heeft risico’s; deze worden vooraf met uw besproken.
 
Het biopt wordt vervolgens door de patholoog speciaal gekleurd met een rode kleurstof (“congorood”). Is er amyloïd aanwezig in uw weefsel, dan kleurt dit roze. Dit is onder de microscoop meestal duidelijk te zien (maar soms ook juist heel moeilijk). Ook kan uw biopt bekeken worden onder een polarisatiemicroscoop, een microscoop die het weefsel op een bepaalde manier doorschijnt. Amyloïd laat zich dan zien als een appelgroen effect.
 
Er kan een biopt genomen worden van uw speekselklier, zenuwen, nier, lever, hart, rectum of onderhuidse buikvetweefsel. Meestal kiest men voor deze laatste manier omdat die het gemakkelijkst is. De huid van uw buik wordt dan plaatselijk verdoofd en met een naald voert uw arts een mini-liposuctie uit. Bij meer dan 80 procent van de patiënten kan de diagnose amyloïdose met deze techniek gesteld worden. Wijst de mini-liposuctie niet op amyloïdose maar vermoeden uw artsen toch dat u de ziekte hebt, dan moet alsnog ook een biopt genomen worden van het orgaan waaraan u klachten hebt. De diagnose kan dan met bijna 100 procent zekerheid gesteld worden.