Wat is amyloïdose?

Wanneer de eiwitten in ons lichaam op de juiste manier gevouwen zijn, doen zij hun werk. Door fouten in het DNA, door chronische ontsteking of door een toegenomen leeftijd kan het gebeuren dat eiwitten zich verkeerd opvouwen. Hierdoor zijn zij niet meer in staat hun werk correct uit te voeren. Het lichaam ruimt normaal gesproken deze verkeerd gevouwen eiwitten weer op. Bij amyloïdose zijn de eiwitten zodanig gevouwen dat zij onderling aggregeren en rigide, lineaire fibrillen vormen, welke neerslaan in organen en weefsels. Symptomen zijn afhankelijk van de locatie waar deze fibrillen neerslaan. Of de ziekte potentieel levensbedreigend is, wordt mede bepaald door de locatie; zie voor details de verschillende typen amyloïdose. De organen die het meest frequent zijn aangedaan zijn: de nieren (70%), hart (40%), zenuwstelsel (30%) en maagdarmstelsel. Denk vooral bij patiënten bij wie meer dan 1 orgaanstelsel is aangedaan aan amyloïdose als mogelijke oorzaak.

Op dit moment zijn er 30 verschillende oplosbare precursoreiwitten bekend die zich kunnen omvormen tot en neerslaan als onoplosbare amyloïd fibrillen (de belangrijkste typen amyloïdose worden op deze website besproken). De precursoreiwitten zijn klein of bestaan uit kleine delen van eiwitten, circa 10 tot 15 kDa, welke gemakkelijk samengaan tot oligomeren en polymeren. Opvallend is dat de verscheidene precursoreiwitten allemaal neerslaan als dezelfde vorm amyloïd.

Elk eiwit is op een bepaalde driedimensionale manier gevouwen, sommige gedeelten ervan in een α-helix (dat op een spiraal lijkt) en weer andere gedeelten als een β-vouwblad (dat op een meermaals gevouwen blaadje lijkt). Samen met plaatselijke verschillen in lading en via hydrofobe en hydrofiele interacties ligt dit alles ten grondslag aan de uiteindelijke driedimensionale vorm van het eiwit, die essentieel is voor een goede werking van dat specifieke eiwit. In extreme omstandigheden (zoals hoge temperatuur, hoge osmolariteit en lage pH) en door veelal nog onbekende processen kan dit eiwit zich gedeeltelijk ontvouwen, waardoor onderdelen met een β-vouwbladstructuur meer op de voorgrond komen. Bij amyloïdose gaat bij bepaalde eiwitten zo’n β-vouwbladdeel met identieke tegenhangers samenklitten en feitelijk polymeriseren. Deze via de β-vouwblad structuur samengesmede ketens van eiwitten vormen de amyloïd fibril, de basisstructuur van het amyloïd. Extracellulaire depositie van amyloïd fibrillen in organen en weefsels leidt tot zwelling en dat vervolgens tot een progressief functieverlies.